MSC Foundation en Asociacion Vellmari herstellen zeegras in de Middellandse Zee

MSC Foundation en Asociacion Vellmari herstellen zeegras in de Middellandse Zee

De MSC Foundation en de Asociacion Vellmari zijn een nieuw programma gestart om ondiepe baaien in de Middellandse Zee te herstellen. Het project heet "Shallow Bays of the Mediterranean" en duurt drie jaar. Het combineert het herstel van Posidonia oceanica-zeegras met natuureducatie en betrokkenheid van de lokale gemeenschap.

Vellmari trekt het project en begint in Ibiza met het opzetten van een wetenschappelijk onderbouwd model. Dat model kan daarna ook worden toegepast rond Palma de Mallorca en de kust bij Barcelona. Het programma loopt van augustus 2026 tot juli 2029.

Belangrijk ecosysteem

Daniela Picco, directeur van de MSC Foundation, legt uit waarom het werk zo belangrijk is: "Onder de ondiepe baaien van de Middellandse Zee liggen Posidonia oceanica-velden, een van de belangrijkste ecosystemen van de regio."

"Onze samenwerking met Asociacion Vellmari brengt wetenschappelijke kennis, educatie en betrokkenheid van de gemeenschap samen. Zo helpen we mensen actief zorg te dragen voor de zee die ons allemaal verbindt," aldus Picco.

Manu San Felix, oprichter van Asociacion Vellmari, voegt daaraan toe: "Het is heel makkelijk om deze ecosystemen te vernietigen, maar buitengewoon moeilijk om ze te herstellen. Daarom moet het beschermen van de overgebleven Posidonia-velden onze hoogste prioriteit zijn."

Voortbouwend op eerder werk

Het initiatief bouwt voort op de samenwerking die de MSC Foundation en Vellmari in 2024 al opzetten in Formentera. In de eerste twee jaar plantte Vellmari daar al meer dan 78.000 Posidonia oceanica-planten.

Het nieuwe programma moet tussen de 170.000 en 180.000 planten opleveren en zo ruim 20.000 vierkante meter aangetast kustgebied herstellen.

Het programma combineert wetenschappelijk herstel met langdurige monitoring van het milieu, voorlichting over de oceaan en praktische betrokkenheid van de gemeenschap, aldus de stichting. Scholen, duikcentra, vrijwilligers, docenten en onderzoekers doen mee aan herstelwerk, burgerwetenschap en leeractiviteiten in het veld.

Ook worden docenten, vrijwilligers en duikprofessionals opgeleid, zodat er lokale kennis en capaciteit opgebouwd wordt voor toekomstige natuurbescherming.

Over de hele looptijd van drie jaar betrekt het programma ongeveer 6.000 leerlingen van 30 scholen en onderwijscentra. Daarnaast doen zo'n 600 vrijwilligers mee en worden 28 docenten en 24 duikcentra getraind, aldus de stichting.